NDR


Hoofdmenu
Archief:

Home

Nieuws

Organisatie

Bibliotheek >

Fototheek

Videotheek

Museum

Geschiedenis


Gedichten van CLAUDY:
Brantnetel nr. 216 - 1926

tussen haakjes en cursief
staat hier en daar
van de website-chief
wat commentaar

BRANDNETEL 216.
(Terugblik op het oudejaar).         

Uit “Paard en Paardenwereld”,
nr. 52 van 30 dec. 1926.


Het jaar is in z’n laatste ronde,
Het pleit is op haar beslecht,
De bocht door en het rechte einde,
Dan is ’t parcours weer afgelegd.
De laatste meters zijn de zwaarste,
’t Is of het naar den eindpaal smacht,
Dan komt het eind’lijk door de finish
En is de jaargang weer volbracht.

Als kind vind je ’n jaar oneindig,
Maar als je stilaan ouder wordt,
Dan is dit schijnbaar lange tijdperk,
Naar ons gevoel, steeds meer verkort.
Het oude gaat, het nieuwe komt er
En steeds maar sneller vliedt den tijd
Een jaar is enkel een verbindstuk,
Een schakel voor de eeuwigheid!

Ik neem de allerlaatste schakel
Nauwkeurig schouwend in de hand,
Of iets van ’t paardensport gebeuren
Gegrift is in den smallen rand.
En ja, daar vind ik enk’le feiten,
Die wel vermeldenswaardig zijn,
Voor  ’t volkje van de paardenwereld,
Al is die wereld dan ook klein.

Daar staan een serie prachtsuccessen
Van ’t ondernemend groene buis,
Dat Hollandsch naam weer deed weerklinken
En roem en eer vond, ver van huis.
Dan staan er met een gouden letter
Den naam van “Nora Belwin B”,
Zij bleef, ondanks de snelste imports,
Bij ’t Kampioenschap de premier.

De naam van “Henriot” in ’t zilver,
De oude, trouwe kampioen,
Was tweede in het Kampioenschap;
Is er één paard, dat ’t na zal doen?
Dan zag ik er nog and’re namen
“Newbold” de reus, de crack “Odell”
En ook wel enk’le buitenlanders
Als “Silladar” en “Tourterell”.

Waarna een rij: “De hoop der toekomst”,
De fiere “Postduif G”, en dan           (Postduifje G)
De snelle “Peter”, die haar zeker;     (Peter Kerrigan St. L.)
Onder de duiven schieten kan.
De jong’ren “Quettevillezoon” en “Quintaine”,
“Queen Ethel”  en tot slot een “R”
’t Is “Rolls Royce”, deze bengel heeft reeds
d’Allures van een draverster.

Maar tusschen al die schitternamen
Was er ook een enk ‘le doffe plek,
Die wierp op al dat goud en zilver
Een donk’re, somb’re schaduwvlek.
“Het toto-voorstel werd verworpen”,
Misschien voorgoed wel van de baan,
Zoo zal het taaie paardenvolkje
Z’n eigen weg moeten gaan.

Dat deze weg zich moge eff’nen
En in het komend Nieuwejaar
Begroeid zal zijn met schoone bloemen,
Wenscht u toe de netelrijmelaar.
En als dat jaar z’n loop volbracht heeft
En hij de schakel weer beschouwt
Dan hoopt hij, dat ’t voor paardenmenschen
Er een mag zijn van zuiver goud!!

Claudy

Terug naar het overzicht van de gedichten

 

  terug naar boven

© Copyright Archief NDR


Submenu
Bibliotheek:

Archieven

Boeken

Periodieken

Stamboeken

Inhoud D&R

<Anecdotes